JSON is een van de meest gebruikte formaten om gegevens uit te wisselen op het web. Je komt het overal tegen, van de instellingen van een app tot de data die een website ophaalt bij een externe dienst. In dit artikel lees je wat JSON precies is, hoe de syntax werkt en waar je het in de praktijk voor gebruikt.
Wat is JSON en waar komt het vandaan
JSON staat voor JavaScript Object Notation. Het is een lichtgewicht formaat om gegevens op te slaan en te versturen, dat zowel voor mensen als voor machines makkelijk te lezen is. Douglas Crockford ontwikkelde het begin jaren 2000 om gegevens uit te wisselen tussen een server en een webapplicatie.
De naam verwijst naar JavaScript, waar de notatie vandaan komt, maar laat je daar niet door misleiden. JSON is taalonafhankelijk en wordt door vrijwel elke programmeertaal ondersteund. Dat is een van de redenen dat het zo breed wordt gebruikt: je kunt er data mee uitwisselen zonder dat het uitmaakt in welke taal de verzender en de ontvanger zijn geschreven.
Hoe de JSON-syntax is opgebouwd
JSON draait om twee bouwstenen: sleutel/waarde-paren en geordende lijsten van waarden. De syntax is bewust simpel gehouden. Als je de basisregels eenmaal doorhebt, lees je een JSON-bestand zo.
De belangrijkste kenmerken:
- Gegevens staan in sleutel/waarde-paren. Bijvoorbeeld
"naam": "Jan". - Paren worden gescheiden door komma’s. Bijvoorbeeld
"naam": "Jan", "leeftijd": 30. - Accolades bevatten een object. Bijvoorbeeld
{ "naam": "Jan", "leeftijd": 30 }. - Vierkante haken bevatten een array (een lijst). Bijvoorbeeld
"medewerkers": ["Jan", "Anna", "Peter"].
JSON is streng met die regels. Een verkeerd geplaatste komma of een ontbrekende accolade levert al een fout op. Een linter of parser helpt je om zulke fouten op te sporen voordat je de data gebruikt.
Stel je runt een fietsenwinkel en je wilt een product beschrijven. In JSON ziet dat er zo uit:
{
"product": "Stadsfiets",
"prijs": 549,
"opVoorraad": true,
"kleuren": ["zwart", "blauw", "groen"]
}
In een oogopslag zie je hier wat het product is, wat het kost, of het op voorraad is en in welke kleuren het te krijgen is.
Waar je JSON in de praktijk voor gebruikt
Je komt JSON vooral tegen op drie plekken. Ten eerste bij data-uitwisseling tussen een browser en een server: haalt een website gegevens op bij een API, dan komen die vaak in JSON terug. Ten tweede in configuratiebestanden, waarin apps hun instellingen bewaren. Omdat een mens het bestand gewoon kan lezen, is zo’n configuratie makkelijk te controleren en aan te passen. Ten derde in webapplicaties die op JavaScript draaien, waar JSON goed aansluit op de rest van de code.
Voor het veilig versturen van gegevens tussen partijen worden vaak JSON Web Tokens (JWT’s) gebruikt. Die zorgen ervoor dat gegevens onderweg niet ongemerkt worden aangepast.
JSON-LD en gestructureerde data voor zoekmachines
Voor zoekmachine optimalisatie is JSON-LD (JSON for Linked Data) interessant. Daarmee geef je zoekmachines als Google en Bing gestructureerde data over je pagina mee. Je vertelt ze bijvoorbeeld dat het om een product, een artikel of een recensie gaat, wie de auteur is, wat de prijs is en welke beoordeling erbij hoort.
Die extra informatie helpt zoekmachines om je pagina beter te begrijpen. Dat kan leiden tot rich snippets: rijkere zoekresultaten met bijvoorbeeld sterrenbeoordelingen, prijzen of beschikbaarheid. Daarmee valt je resultaat meer op en klikken mensen er vaker op. Wil je hier meer over weten, lees dan verder over gestructureerde data en SEO of schakel de hulp van een SEO-specialist in. Ook voor GEO-optimalisatie, waarbij je gevonden wilt worden in AI-antwoorden, helpt gestructureerde data zoekmachines en taalmodellen om je content goed te plaatsen.
JSON of XML: wanneer kies je wat
JSON en XML doen allebei hetzelfde werk: gegevens uitwisselen. De verschillen zitten in de details.
| Kenmerk | JSON | XML |
|---|---|---|
| Leesbaarheid | Eenvoudige syntax, snel te lezen | Uitgebreider, lastiger te lezen |
| Prestaties | Compact, wordt sneller verwerkt | Zwaarder, langzamer bij grote hoeveelheden |
| Metadata | Alleen gegevens, geen attributen | Ondersteunt attributen en metadata |
Kort samengevat: JSON kies je als je iets simpels en snels wilt, bijvoorbeeld voor API’s en realtime-toepassingen. XML kies je als je de extra structuur van attributen en metadata echt nodig hebt. Voor de meeste moderne webprojecten is JSON de standaardkeuze geworden.
Veelgestelde vragen
JSON staat voor JavaScript Object Notation. Het is een lichtgewicht formaat voor data-uitwisseling dat zowel voor mensen als machines makkelijk leesbaar is. Ondanks de naam is JSON taalonafhankelijk en werkt het met vrijwel elke programmeertaal.
JSON is het algemene dataformaat met sleutel/waarde-paren. JSON-LD (JSON for Linked Data) is een specifieke toepassing die je gebruikt om gestructureerde data aan zoekmachines door te geven, zodat Google je pagina beter begrijpt en rijkere zoekresultaten kan tonen.
JSON heeft een eenvoudigere syntax, is compacter en wordt daardoor sneller verwerkt dan XML. Dat maakt het populair voor API’s en realtime-toepassingen. XML biedt wel meer mogelijkheden voor metadata en attributen als je die extra structuur nodig hebt.