Ga naar inhoud
WordPress 27 september 2026 13 min leestijd

Een eigen domein per taal of alles onder één domein, zo maak je de keuze

Kies je een domeinnaam per taal, een subdomein of een submap? Zo weeg je de voor- en nadelen af, met wat Google zegt en een echte webshop als voorbeeld.

Sven Kersten

Sven Kersten

SEO Specialist & Online Marketeer

Tweeluik. Links op een lichte achtergrond, alles onder één domein: bakkerij-sk.nl met de mappen /de/ en /en/ eronder. Rechts op diepblauw, een domein per taal: drie losse adressen, bakkerij-sk.nl, bakkerij-sk.de en bakkerij-sk.com

Je wilt je website in een tweede taal, en nog voordat je één zin hebt vertaald, sta je al voor een keuze. Waar moet die nieuwe taal wonen? Op een eigen domeinnaam, op een subdomein of gewoon in een map onder je huidige domein? Zoek je erop, dan vertellen vooral registrars je dat je er het best een paar extra domeinen bij kunt nemen, en dat maakt het niet makkelijker.

Het korte antwoord is dit. Voor de meeste MKB-websites is een submap de makkelijkste start. Een eigen domein per taal loont vooral als je een markt als zelfstandig merk wilt bedienen, of als je een taal toevoegt die niet aan één land vastzit, zoals Engels. In dit artikel zie je wat Google zelf over de drie routes zegt, wat een eigen .com deed voor een webshop die ik naar het Engels heb vertaald, en hoe je het in WordPress koppelt. Wil je eerst breder kijken, lees dan hoe je je website vertalen in het algemeen aanpakt.

Drie plekken waar je vertaalde website kan wonen

Een vertaalde versie van je website kan op drie plekken staan, en voor Google zijn het drie verschillende dingen. Stel je Bakkerij SK voor, een bakker uit Nederland die ook naar Duitsland levert en daarvoor een Duitse versie van de website wil.

De eerste route is een eigen domein met een landextensie, zoals bakkerij-sk.de. Dat noem je een ccTLD, een domeinextensie die bij één land hoort. De tweede route is een subdomein, zoals de.bakkerij-sk.nl. Dat valt onder je bestaande domein, maar kan technisch los staan, bijvoorbeeld op een andere server. De derde route is een submap, ook wel subdirectory genoemd, zoals bakkerij-sk.nl/de/. Dan staat alles onder één domein, en de Duitse pagina’s krijgen alleen een eigen map. Welke extensie bij welk land hoort, lees je in het artikel over de juiste domeinnaam extensie kiezen.

Drie adressen voor de Duitse versie van Bakkerij SK. Eigen domein: bakkerij-sk.de. Subdomein: de.bakkerij-sk.nl. Submap: bakkerij-sk.nl/de/

Er bestaat nog een vierde manier, met een parameter in de URL zoals ?taal=de. Die kun je overslaan, want Google raadt hem af.

Wat Google zelf over elk van de drie zegt

Google zet de voor- en nadelen van elke route in de eigen documentatie op een rij, en spreekt daarbij geen voorkeur uit. De tabel hieronder neemt die punten vertaald over. Waar Google niets over zegt, staat dat in de tabel, en de laatste twee rijen heb ik er zelf aan toegevoegd.

Eigen domein (bakkerij-sk.de)Subdomein (de.bakkerij-sk.nl)Submap (bakkerij-sk.nl/de/)
Duidelijk voor welk landja, heel duidelijk, maar voor één landbezoekers zien mogelijk niet of “de” de taal of het land isbezoekers zien het mogelijk niet aan de URL alleen
Opzettenduurder en soms beperkt beschikbaar, meer infrastructuurmakkelijkmakkelijk
Voorwaardensoms strenge eisen om een landdomein te mogen registrerengeen extra eisengeen extra eisen
Serverlocatiemaakt niet uitper versie een andere server mogelijkéén server voor alles
OnderhoudGoogle noemt hier niets overGoogle noemt hier niets overweinig, alles op dezelfde hosting
Versies uit elkaar houdenmakkelijkmakkelijklastiger
Links naar je website (niet van Google)een nieuw domein heeft nog geen eigen links, je bouwt opnieuw opdeels apartprofiteert van wat je hoofddomein al heeft
Kosten (niet van Google)een extra domein per jaar, plus beveiligingscertificaat en beheergeen extra domeingeen extra domein

Google zegt er iets belangrijks bij. Als je je website op één land richt, kan dat je posities in dat land verbeteren, “at the expense of results in other locales or languages”, dus ten koste van je resultaten in andere landen en talen. Een landdomein is daarmee een keuze voor één markt, en dat is precies waar het bij meertaligheid vaak wringt.

Een domein hoort bij een land, een taal hoort bij je tekst

Een landextensie vertelt Google iets over een land, en helemaal niets over een taal. Dat verschil bepaalt de hele keuze, en Google is daar in de documentatie heel duidelijk over.

Google uses the visible content of your page to determine its language. We don’t use any code-level language information such as lang attributes, or the URL.

Oftewel, Google bepaalt de taal aan de hand van de zichtbare tekst op je pagina, en niet aan de hand van de code of de URL.

De taal van je pagina haalt Google dus uit wat er staat. Een .de voegt daar niets aan toe. Wat een .de wel doet, is volgens Google “a strong signal” geven dat je website “explicitly intended for a certain country” is, bedoeld voor dat ene land. Voor een bakker die alleen in Duitsland wil verkopen is dat prima. Voor een taal die in tientallen landen gesproken wordt, werkt het tegen je.

Neem Engels. Kies je daarvoor een .co.uk, dan vertel je Google dat je Engelse versie voor het Verenigd Koninkrijk is. Klanten in de Verenigde Staten, in Duitsland en ook in Nederland lezen Engels, en die wil je niet buitensluiten. Een generiek domein zoals .com richt zich niet op een land, en past daarom vaak beter. Google behandelt ook .eu als generiek, net als een aantal landextensies zoals .io en .co, al zegt Google zelf dat die lijst kan veranderen. Het land geef je bij een generiek domein aan met hreflang. Meer over vindbaar in meerdere landen worden lees je op mijn SEO-pagina.

Een .de vertelt Google dat je website voor Duitsland is. Een .com zegt niets over een land, en voor Engels is dat precies wat je wilt.

Vroeger kon je in Search Console nog een doelland instellen. Dat rapport is in 2022 verdwenen, en Google verwijst sindsdien naar hreflang en je URL-structuur.

Wat een eigen .com deed voor Stof voor Design

Stof voor Design is de webshop van Gees, met restanten designmeubelstof van topmerken als Kvadrat en De Ploeg. Gees vroeg me tijdens een coaching call in mijn community, terwijl de groep meekeek, of ik haar webshop meertalig wilde maken. Er stond al eerder een Engelse versie in een map /en/, maar die oude Engelse pagina’s gaven een 404 en leverden niets meer op. Ik heb de webshop opnieuw meertalig gemaakt met TranslatePress. Eind juni ging de nieuwe Engelse versie live, eerst kort onder /en/ en vanaf 10 juli 2026 op een eigen .com-domein. De /en/-adressen sturen sindsdien met een 301-redirect door naar die .com, zodat bezoekers en Google op de goede plek uitkomen. Vooraf heb ik Gees gezegd dat het even kon duren, want op dat domein had nog nooit echt iets gestaan. Dat vond ze prima, het is een project voor de lange termijn. Het hele verhaal van de klus lees je in de case van Stof voor Design.

Van 10 juli tot en met 21 september 2026 kreeg het Engelse domein 1.049 klikken en 46.743 vertoningen in Google. Per week groeide dat van 7 klikken in de eerste, onvolledige week naar 159 tot 167 klikken in de weken van half september. De gemiddelde positie ging van 18,5 in juli naar 13,9 in augustus en 10,7 in september, waarbij juli en september niet compleet zijn.

Lijngrafiek met klikken per week op het eigen .com-domein van Stof voor Design, van de week van 6 juli tot en met de week van 14 september 2026: 7, 19, 37, 54, 87, 96, 93, 143, 161, 159 en 167. Een gedempte tweede lijn toont de Engelse pagina's die eerst kort onder /en/ stonden en daarna werden doorgestuurd, van 96 klikken terug naar 8. Een stippellijn rond 153 klikken markeert ongeveer een kwart van de Nederlandse website

Het mooiste aan de cijfers is waar de bezoekers vandaan komen. 81% van de klikken kwam van buiten Nederland en België, uit 69 landen. De grootste waren het Verenigd Koninkrijk met 182 klikken, Nederland met 157, de Verenigde Staten met 136 en Duitsland met 71. Dat Nederland op het Engelse domein op twee staat, laat zien dat Nederlanders ook in het Engels zoeken.

Klikken per land op het Engelse domein van Stof voor Design: Verenigd Koninkrijk 182, Nederland 157, Verenigde Staten 136, Duitsland 71. 81 procent kwam van buiten Nederland en België, uit 69 landen

De zoekopdrachten die ik kan zien, bevatten meestal een merknaam, vaak met “outlet” erachter. Daar zit wel een voorbehoud bij, want maar ongeveer 14% van de klikken is aan een zichtbare zoekopdracht te koppelen. De productgegevens in de zoekresultaten werken ook op het vertaalde domein, en die leverden 141 klikken op.

En de Nederlandse website? Die kreeg in de 75 dagen na de start 5.678 klikken, tegen 5.438 in de 75 dagen ervoor en 4.957 in dezelfde periode een jaar eerder. Het aantal vertoningen daalde wel met ongeveer 8% ten opzichte van de 75 dagen ervoor, en of dat met de Engelse versie te maken heeft, is niet aangetoond.

In absolute zin gaat het om zo’n 160 klikken per week, ongeveer een kwart van wat de Nederlandse website per week trekt. Mooi, geen explosie. Dit is één webshop, in één branche, over tweeënhalve maand. Het laat zien wat er kan, en het is geen bewijs dat een eigen domein altijd wint. Wil je zoiets voor je eigen winkel, kijk dan eens naar een meertalige webshop.

Zo koppel je in WordPress een taal aan een eigen domein

In WordPress heb je voor een eigen domein per taal geen tweede website nodig. Met TranslatePress blijft het één installatie en één database, en elk domein toont automatisch de juiste taal. WPML kan het ook, via de URL-optie voor aparte domeinen. Ik gebruik zelf TranslatePress, en in mijn ervaring met TranslatePress lees je waarom.

Wat je vooraf regelt

Voordat je iets in WordPress instelt, moet het domein zelf klaarstaan. TranslatePress noemt zelf dat alleen de DNS naar je server wijzen niet genoeg is, want je server moet ook weten dat hij verzoeken voor dat domein moet verwerken.

  1. Registreer het domein voor de nieuwe taal.
  2. Laat de DNS van dat domein naar dezelfde server wijzen als je WordPress-website.
  3. Voeg het domein toe aan je hosting, zodat de server het herkent.
  4. Zet een SSL-certificaat op elk domein.

De instelling in TranslatePress

  1. Ga naar Instellingen → TranslatePress → Add-ons en zet Verschillende domeinen per taal aan.
  2. Open het tabblad Algemeen, zet bij de taal de domeinkolom aan en vul het domein in.
  3. Klik op DNS controleren om te zien of het domein bereikbaar is. Houd er rekening mee dat DNS tot 48 uur nodig kan hebben.
Het tabblad Algemeen van TranslatePress met de kolom Domein aan. Default: Dutch staat op het hoofddomein, English (UK) heeft een eigen domein https://www.bakkerij-sk.com met de knop DNS controleren, en German staat zonder eigen domein in de map /de/

Je hoeft niet elke taal een eigen domein te geven. Je kunt mixen, dus Engels op een eigen .com en Duits gewoon in /de/. Dat maakt het makkelijk om klein te beginnen en later één taal los te trekken.

Een eigen domein per taal zit in TranslatePress Business, voor 199 euro per jaar en drie websites, en in Developer. In de gratis versie en in Personal zit het niet (prijzen op 24 september 2026). Kies je voor een submap, dan heb je Business daar niet voor nodig, want één extra taal in een submap zoals /en/ kan al met de gratis versie. Wil je het eigen domein, dan vind je het pakket via TranslatePress Business. Dit is een affiliatelink. Koop je via deze link, dan ontvang ik een vergoeding van TranslatePress.

Wat daarna anders werkt

Een paar dingen werken anders zodra de add-on aanstaat. Je beheeromgeving, wp-admin, is alleen nog op het hoofddomein bereikbaar. Ga je naar wp-admin op het Engelse domein, dan stuurt TranslatePress je door naar het hoofddomein. Log je op één domein in, dan ben je dankzij single sign-on op alle domeinen ingelogd. De instelling om ook je standaardtaal in een submap te zetten, gaat automatisch uit. En de geavanceerde instelling om alleen bepaalde paden te vertalen, werkt volgens TranslatePress nog niet helemaal goed samen met aparte domeinen.

Wat je na het koppelen controleert

Na het koppelen staat je Engelse domein online, maar Google moet de twee versies nog goed aan elkaar verbinden. Hreflang is daarbij het belangrijkst. Google stelt dat elke taalversie zichzelf en alle andere versies moet noemen, dat die versies op verschillende domeinen mogen staan, en dat tags worden genegeerd als twee pagina’s niet naar elkaar wijzen. Hoe dat werkt, lees je in hreflang tussen twee domeinen, en de uitvoering in WordPress staat in hreflang instellen in WordPress.

Bij Stof voor Design staat hreflang op beide domeinen wederkerig goed, en Google indexeert beide versies met een eigen canonieke URL. Een x-default heb ik er niet ingezet. Dat neem ik mee als leerpunt, want TranslatePress heeft er in de geavanceerde instellingen gewoon een optie voor.

Het grootste leerpunt zat in de slugs, het deel van de URL na de domeinnaam. De automatische vertaling vertaalde ook de merknamen in de URL’s, en zo werd “De Ploeg” ineens “The Team” en “Kvadrat” werd “Square”. In de zichtbare tekst had ik de merknamen goed uitgesloten, maar in een slug staan ze in kleine letters met streepjes, en in die vorm herkende de uitsluitlijst ze niet. Dat raakte honderden product- en categorie-URL’s, terwijl het Engelse verkeer juist via die merknamen binnenkomt. Ik heb de slugs rechtgezet en de status Handmatig vertaald gegeven, zodat de automatische vertaling ze niet opnieuw overschrijft, en de merknamen ook in slug-vorm aan de uitsluitlijst toegevoegd.

Loop dit na zodra je tweede domein live staat

  • Hreflang staat op beide domeinen, en elke versie noemt zichzelf en de andere versie.
  • Er is een x-default voor bezoekers van wie je de taal niet hebt.
  • Merk- en productnamen staan goed in de vertaalde slugs, en staan ook in slug-vorm op je uitsluitlijst.
  • Elke versie heeft een canonieke URL per domein die naar zichzelf wijst, niet naar de Nederlandse versie.
  • Je hebt in Search Console voor elk domein een property aangemaakt en de sitemap ingediend.
  • Je website stuurt bezoekers niet automatisch door op basis van taal of IP-adres, maar laat ze zelf kiezen.

Dat laatste punt komt rechtstreeks van Google, die aanraadt om bezoekers niet automatisch naar een andere taalversie te sturen op basis van wat je denkt dat hun taal is.

Wanneer je beter in een submap begint

Een eigen domein per taal is een mooie route, maar niet altijd de slimste eerste stap. Heb je een klein budget, weinig tijd voor onderhoud, of wil je er één markt bij testen, dan is een submap de rustigste start. Alles staat op dezelfde hosting, je hebt één beveiligingscertificaat, en je nieuwe taal profiteert meteen van wat je hoofddomein al heeft opgebouwd.

Groeit die markt later uit tot iets groots, dan kun je nog steeds verhuizen. Je stuurt dan elke oude URL met een 301-redirect door naar het nieuwe domein. Dat is wel werk, en daarom kijk ik bij elke klant vooraf hoe groot een taal kan worden.

Mijn vuistregel is eenvoudig. Voeg je een taal toe die bij één land hoort en wil je dat land stevig bedienen, dan is een eigen landdomein het overwegen waard. Voeg je Engels toe, of een andere taal die in veel landen gelezen wordt, dan kies ik een submap of een generiek domein zoals .com. Voor de volledige route van plugin tot vertaling lees je hoe je je WordPress-website vertaalt.

Wil je dit niet zelf uitzoeken, dan help ik je graag met een meertalige WordPress-website laten bouwen. Dan kijken we samen welke route bij jouw markt past, en richt ik het meteen goed in, van domein tot hreflang.

Veelgestelde vragen

Niet per definitie. Google noemt een landdomein zoals .de een sterk signaal dat je website voor dat ene land bedoeld is. Dat kan helpen in dat land, maar volgens Google ten koste van je resultaten in andere landen en talen. Google spreekt geen voorkeur uit voor een eigen domein, een subdomein of een submap.

Ja. Hreflang vertelt Google welke pagina bij welke taal hoort, en de versies hoeven niet op hetzelfde domein te staan. Elke taalversie moet wel zichzelf en alle andere versies noemen. Wijzen twee pagina's niet naar elkaar, dan negeert Google de tags.

Nee. Google behandelt .eu als een generiek domein, net als .com en .org. Hetzelfde geldt voor een aantal landextensies zoals .io, .co en .me, met de kanttekening van Google dat die lijst kan veranderen.

Nee. Google heeft het rapport voor internationale targeting in augustus 2022 afgeschaft. Bij een .com of een ander generiek domein geef je het land aan met hreflang.

Nee. De add-on Different Domain per Language zit alleen in TranslatePress Business en Developer. In de gratis versie en in Personal zit hij niet. Business kost 199 euro per jaar voor drie websites (prijs op 24 september 2026).